Deze website wordt niet langer up to date gehouden, maar is open voor publiek.

De val

Minister-president Balkenende en minister van Financiën Wouter Bos, ieder bij hun eigen persverklaring

In de nacht van vrijdag 19 februari 2010 op zaterdag 20 februari 2010 viel het kabinet-Balkenende IV over de kwestie Uruzgan. Het ging er allemaal om of Nederland haar missie in Uruzgan na 2010 nog moest verlengen of niet:

Premier Balkenende die nacht in een verklaring dat hij het ontslag van zijn kabinet zal aanbieden aan de koningin. Hij ervaarde de val van het kabinet als “een nederlaag”.

Het onderlinge vertrouwen tussen de coalitiepartijen was verdwenen. “Waar vertrouwen ontbreekt, is een poging het eens te worden bij voorbaat tot mislukken gedoemd”, aldus de premier in een korte verklaring.

“Zeker met de uitdagingen waar Nederland voor staat: die vragen niet om de gemakkelijke weg, maar om daadkracht.”

Balkenende legde de schuld bij de PvdA. Volgens de premier stelde vicepremier Bos het kabinet voor “voldongen feiten”. “Die uitspraken legden een politieke hypotheek op het collegiaal overleg.”

Politieke realiteit

Vicepremier Bos zag de zaken heel anders. Volgens hem wilde het CDA gemaakte afspraken – dat de missie in Uruzgan niet verlengd zou worden – niet nakomen. “In de discussies van vandaag is geen enkele geloofwaardige reden op tafel gekomen waarom dit kabinetsbesluit niet langer leidend zou moeten zijn voor het kabinet.”

Bos wees erop dat in de samenleving en in de Tweede Kamer geen draagkracht bestaat voor een langer verblijf in Afghanistan. “Tot op het laatst weigerden de collega’s van CDA en CU deze politieke realiteit te aanvaarden.”

Vanaf half twaalf die vrijdagochtend, meer dan vijftien uur lang, probeerde de ministerraad tevergeefs een oplossing te vinden voor het hoog opgelopen conflict over Uruzgan.

Het CDA en de ChristenUnie waren niet van plan om het verzoek van de NAVO over een langer verblijf van Nederlandse militairen in Uruzgan af te wijzen. De PvdA wilde dat wel.

De leider van de derde coalitiepartner, vicepremier André Rouvoet, wilde geen schuldige aanwijzen in de crisis. “We zijn er niet uitgekomen met zijn drieën. Dat is pijnlijk genoeg.” Hij noemde de val van het kabinet “bittere teleurstelling”.

Vierde gevallen kabinet

CDA-premier Balkenende was er in zijn acht jaar premierschap niet in geslaagd één kabinetstermijn uit te zitten. Het eerste kabinet-Balkenende met de VVD en de nieuwe partij LPF viel in 2002 na 87 dagen door interne ruzies binnen de LPF.

Het kabinet-Balkenende II met VVD en D66 viel na ruim drie jaar, omdat D66 geen vertrouwen meer had in VVD-minister Verdonk vanwege de paspoort-affaire van Hirsi Ali. Balkenende III was een minderheidskabinet, vooral bedoeld om de Kamerverkiezingen voor te bereiden.

Balkenende IV zou maandag 22 februari 2010 drie jaar hebben bestaan.